 |
|
 |
| Calibratie en validatie van de RuimteScanner allocatie algorithmen |
| De Ruimtescanner is een ruimtegebruiksmodel waarmee toekomstig ruimtegebruik kan worden gesimuleerd. Sinds de ontwikkeling van het model in 1997 is het model toegepast in diverse beleidsondersteunende onderzoeken. In 2005 is een volledig herziene versie opgeleverd, waarmee ruimtegebruik in meer detail gemodelleerd kan worden (100x100 meter). Dit rapport beschrijft twee verschillende allocatie algoritmes die in het model worden toegepast. Daarnaast geeft het een inschatting van de prestaties van beide toedelingsmechanismen. |
Loonen, W., Koomen, E., Borsboom, J. (eds), 20 augustus 2009
 |
| Trendkaart Nederland 2040, Achtergrondrapport bij het project Nederland Later |
| Niemand kan in de toekomst kijken. Wat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) wel kan, is kijken naar trends in ruimtelijke ontwikkelingen en een inschatting maken van de effectiviteit van het ruimtelijk beleid. Op basis daarvan heeft het PBL de Trendkaart Nederland 2040 opgesteld. Dit kaartbeeld laat voor heel Nederland een mogelijk ruimtegebruik in 2040 zien. De kaart is reeds eerder gepubliceerd in de tweede duurzaamheidsverkenning Nederland Later. Dit rapport bevat de achtergronden. Het beschrijft welke ruimteclaims zijn gebruikt, en welke uitgangspunten zijn gehanteerd om te bepalen of ruimtelijke ontwikkelingen in bepaalde gebieden wel of niet kunnen plaatsvinden. |
Kuiper, R., Bouwman, A.A. (eds), 6 augustus 2009
 |
| Beschrijving en uitwisseling regionale Ruimtescanner toepassingen |
Geodan Next voert diverse regionale toepassingen uit met het ruimtegebruiksmodel Ruimtescanner. In 2008 is dit instrument toegepast voor het maken van toekomstverkenningen voor de provincies Overijssel, Utrecht en Drenthe. Naast simulaties van toekomstig ruimtegebruik zijn ook effecten van ruimtegebruiksverandering bepaald en zijn de mogelijke ruimtelijke gevolgen van verschillende beleidsvarianten verbeeld door het optimaliseren van ruimtegebruikspatronen vanuit ruimtelijk expliciete beleidsvoornemens. Geodan Next, Amsterdam, 2008. |
Koomen, E., Loonen, W., Koekoek, A., december 2008
 |
| De toekomst in kaart; simulaties van veranderend ruimtegebruik |
Bij het ontwikkelen en toetsen van nieuw ruimtelijk beleid, is het van groot belang een helder beeld te hebben van mogelijke toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Kaarten met een gesimuleerd toekomstig ruimtegebruik zijn daarbij zeer behulpzaam. In de ‘Ruimtescanner’ staat de invloed van klimaatsveranderingen centraal. GIS magazine, 6 (1), pp.6-8, 2008. |
Koomen, E., van der Hoeven, E.M.M.M., januari 2008
 |
| Globale ruimtelijke evaluatie van veiligheidsstrategieën. Achtergrond rapport voor de studie Aandacht voor Veiligheid |
Het project Aandacht voor Veiligheid (AVV) heeft als doel een Discussie Ondersteund Systeem (DOS) te maken dat inzicht geeft in de ontwikkelingen met betrekking tot waterveiligheid op de lange termijn. Het gaat hierbij zowel om overstromingen vanuit de zee, grote meren en rivieren als om lokale en regionale wateroverlast in steden en polders als gevolg van extreme neerslag. (...) Zeker is dat de inrichting van Nederland een cruciale rol speelt in klimaatadaptatie. Oplossingsrichtingen voor waterveiligheid zijn nauw verweven met ruimtelijke inrichting bij bijvoorbeeld locatiekeuze, inrichting en bouwwijze. (...) Dit rapport beschrijft een analyse van een aantal ruimtelijke strategieën, en verkent globaal de ruimtelijke implicaties van deze strategieën voor een aantal indicatoren dat in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Vrije Universiteit, Amsterdam, 2008. |
Jacobs, C.G.W.; Koomen, E., 2008
 |
| Indicators for evaluating land-use change |
It is widely believed that climate change and increased climatic variability will impact land use through affecting different economic sectors such as agriculture, housing, nature and ecosystems, and by changing the water resources system. (...) These processes can be assessed through land-use simulation models that integrate sector specific demands (for housing, agriculture, etc.) and land suitability for certain uses and provide an indication of the likely land use in the future under different climate conditions. (...) The current Report is written as part of the Integration Project ‘Land Use and Climate Change’ (LANDS) of the ‘Climate Changes Spatial Planning Programme’. The project seeks at identifying climate-change driven spatial changes in land use and land development, and to integrate changes in agriculture, industry, housing and nature sectors into balanced national visions and regional solutions. After providing a brief description of the model used to simulate land-use change and the set of scenarios underlying these projections the present report will focus on the indicators that are currently used in combination with the Land Use Scanner output. Spinlab Research Memorandum SL-07, Amsterdam, 2008. |
Bubeck, P.; Koomen, E., 2008
 |
| Overstromingsschade in Dijkring 14 - Een koppeling van het Hoogwater Informatie Systeem aan de Ruimtescanner |
Results of the second durability exploration of the Netherlands Environmental Assessment Agency (MNP) in the area of spatial planning have been used to investigate the influence of this planning on possible economical damage resulting from flooding in dike ring 14. This is done by means of linking the Land Use Scanner from MNP with the Flood Information System (HIS-SSM) of Rijkswaterstaat (RWS-DWW). This study is one of the first in the Netherlands in which estimated future land use and flooding scenario’s are combined. The case study shows promising results that encourage future research in this field. The amount of inhabitants in Dike ring 14 decreases in 2040 compared to 2000, while the amount of houses increases. This has consequences for the economical value, which increases in the entire area. The expected growth of amount of houses and inhabitants is stronger in areas prone to flooding compared to relatively safe areas. MNP, 2007 |
van Schrojenstein Lantman, J.P., juli 2007
 |
| De Locatiezoeker |
| Waar kan verstedelijking het best plaatsvinden, rekening houdend met bodem, water, landschap, natuur en bereikbaarheid? Het Milieu- en Natuurplanbureau heeft de beschikking over veel kaartmateriaal, dat beleidsmakers kunnen gebruiken bij het beantwoorden van deze vraag. Het rapport en de bijbehorende GIS-applicatie, de Locatiezoeker, bieden zicht op deze kaarten, en laten zien hoe men dit in een "lagenbenadering" kan combineren. |
MNP, 11 mei 2006, 14.4 Mb PDF
 |
| Ruimtelijke beelden voor Zuid-Holland |
| Dit rapport beschrijft een viertal ruimtelijke toekomstbeelden. Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) heeft deze opgesteld op verzoek van en in samenwerking met de provincie Zuid-Holland voor het provinciale beleidsplan "Groen, Water en Milieu 2006-2010". De beelden schetsen enkele belangrijke ruimtelijke vraagstukken voor de langere termijn waarvoor de provincie staat. |
MNP, 15 maart 2006
 |
| Grondprijzen, geschiktheidkaarten en parameterinstelling in de RuimteScanner. Technisch achtergrondrapport bij Ruimtelijke Beelden |
Voor de Duurzaamheidsverkenning zijn vier ruimtelijk zeer verschillende scenario's van mogelijke toekomsten opgesteld. De werking en instelling van het landgebruiksimulatiemodel RuimteScanner, dat gebruikt is om voor alle scenario's toekomstbeelden te genereren, worden in deze rapportage beschreven. De RuimteScanner is een onderdeel van het Land Use MOdelling System (LUMOS). Voorafgaand aan de simulaties zijn bij dit project onderdelen van het model opnieuw onder de loep genomen en uitvoerig getest. In het recente verleden toegepaste modelleermethodieken worden vergeleken en de instelling van diverse parameters in het model wordt geanalyseerd door middel van gevoeligheidsanalyses op de modelresultaten. Ook komt de interpretatie van de schaduwprijzen die het model genereert aan bod en wordt beschreven hoe een nieuwe manier van het schalen van geschiktheidkaarten van toekomstig grondgebruik bijdraagt aan een betere benadering van rekle grondprijzen. De resultaten van de modelsimulaties leveren informatie over mogelijke toekomstbeelden aan beleidsmakers en kunnen stof tot nadenken geven voor politieke en publieke debatten over welke kant het op moet met het Nederlands ruimtelijk beleid. Dit onderzoek geeft meer inzicht in de werking van het RuimteScanner model en is ten dele ook te lezen als een verantwoording van de achterliggende modeltechnische keuzes die zijn gemaakt bij het instellen van het model voor de uiteindelijke simulaties van het Ruimtelijke beelden project. VU, Amsterdam, 2006 |
Dekkers, J.E.C., februari 2006
 |
| Het landgebruik in 2030 - Een projectie van de Nota Ruimte |
| Het Milieu- en Natuurplanbureau heeft op verzoek van VROM/DGR een ex-ante evaluatie gemaakt van de Nota Ruimte \"Milieu en Natuureffecten van de Nota Ruimte\". In dit kader is een ruimtelijke projectie van het toekomstige landgebruik in 2030 gemaakt. Het voorgenomen beleid is hiervoor uitgewerkt in de LeefOmgevingsVerkenner. Deze projectie laat zien dat de kans op verstedelijking in de toekomst het hoogst is bij de bestaande stedelijke gebieden. |
MNP, 15 juli 2005
 |
| Toekomstbeelden polders |
| Hoe zullen de polders er in 2030 uitzien? Er zijn meerdere scenario\'s mogelijk, maar zeker is dat het landschap door onze gezamenlijke en individuele keuzes zal veranderen. Deze publicatie schetst de uitkomsten van de website \'De Polderwijzer\'; door het beantwoorden van vragen worden de consequenties voor de polders zichtbaar gemaakt. |
MNP / ABF Research, 15 juni 2005, 1.4 Mb PDF
 |
| Ruimtelijke Beelden. Visualisatie van een veranderd Nederland in 2030 |
| De ruimtelijke uitwerking van vier wereldbeelden uit de Duurzaamheidsverkenning laat zien dat zowel het stedelijke als het landelijk gezicht van Nederland de komende decennia sterk zal veranderen. De ruimtevraag van wonen, werken en recreeren zorgt voor een verdere verstedelijking, vooral in Midden-Nederland. Borsboom-van Beurden JAM ; Boersma WT ; Bouwman AA ; Crommentuijn LEM ; Dekkers JEC ; Koomen E Rapportnr. 550016003 115 p nl, 2005 |
MNP-RIVM, 17 januari 2005
 |
| Deltametropool langs buitenrand verstedelijken. In: ROM 1/2 februari 2004, p. 8-11. |
| Nieuwe bouwlocaties aan de west- noord, en oostflank van de Randstadring geven de minste aantasting van het landschap. Verspreiding van bouwlocaties binnen het Groene Hart leveren de meeste aantasting op. Dit blijkt uit onderzoek van het Milieu- en Natuurplanbureau naar de effecten van nieuwbouwlocaties op natuur, landschap en water. |
MNP-RIVM, 23 december 2004
 |
| Milieu- en natuureffecten Nota Ruimte. |
| In de evaluatie-rapportage van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP-RIVM) worden de consequenties voor milieu, natuur, landschap en water van de Nota Ruimte beschreven. Een van de conclusies is dat bundeling van verstedelijking goed is voor natuur en bereikbaarheid. Voor de Randstad geldt dat woningbouw buiten het Groene Hart de minste aantasting van milieu, natuur, landschap en water op leveren. De Nota Ruimte kiest echter ook voor verstedelijking die het Groene Hart niet ongemoeid laat. |
MNP-RIVM, 23 december 2004
 |
| Toekomstig ruimtegebruik in kaart; model en ontwerpbenaderingen voor het simuleren van ruimtegebruik. |
| Kaarten met het gesimuleerde toekomstig ruimtegebruik kunnen inzicht geven in de te verwachten ontwikkelingen. Ontwerp kan daarbij inspirerende beelden opleveren die het denken over ruimtelijke vraagstukken en het vinden van creatieve oplossingen daarvoor prikkelen. Maar hoe komen we tot dergelijke ruimtelijke toekomstbeelden? En wat is de betekenis van ruimtegebruikmodellen voor de planvorming? |
VU, RPB, 23 december 2004
 |
| LUMOS symposium 18 februari 2004 |
| Op 18 februari 2004 is door MNP-RIVM een symposium georganiseerd waar de recente ontwikkelingen en resultaten op het gebied van landgebruikmodellering zijn gepresenteerd, bezien vanuit de rol die landgebruikmodellering kan spelen in de ondersteuning van beleidsvoorbereiding. Het symposium bood daarmee een overzicht van de recente onderzoeksinspanningen op dit gebied binnen het LUMOS-consortium. |
MNP-RIVM, februari 2004
 |
| De ongekende ruimte verkend |
| Het ruimtelijk beleid loopt steeds meer achter de feiten aan. De Vinex-wijken sluiten onvoldoende aan bij de woonwensen van burgers. Het denken in termen van nieuwe bedrijventerreinen gaat voorbij aan de behoeften van de groeiende dienstensector. En het platteland is onnodig op slot gezet door de eenzijdige bestemming van boerderijen. Het is daarom hoog tijd voor een ander, breder perspectief voor het ruimtelijk beleid. |
Hugo Gordijn, Wim Derksen, Jan Groen, Hanna Lára Pálsdóttir, Maarten Piek, Nico Pieterse, Daniëlle Snellen, 2003
 |
| Gebiedenatlas 2003; Overzicht van provinciale en nationale gebiedsindelingen |
| De Gebiedenatlas 2003 geeft een overzicht van kaarten uit provinciale en nationale beleidsnota's, zoals streekplannen, het tweede Structuurschema Groene Ruimte (SGR2) en de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Zo vindt u er onder andere een kaart van Stiltegebieden en een van Nationale Landschappen. Bij elke kaart wordt een korte omschrijving van het beoogde beleid gegeven en detail-informatie over de achterliggende data-bestanden.Een verzameling en analyse van ruim honderd kaarten die betrekking hebben op het gebiedsgericht beleid. RIVM Rapport 550016001 |
MNP-RIVM, 2003
 |
| De Ruimtescanner verkend |
| Koomen, E. Vrije Universiteit Amsterdam/Ruimtelijk planbureau (2002). An in depth discussion of data quality and model issues of the Land Use Scanner. |
VU, 2002
 |
| Vier scenario's van het landgebruik in 2030. Achtergrondrapport bij de Nationale Natuurverkenning 2, 2000 - 2030 |
| Aan de hand van vier scenario's wordt in de Nationale Natuurverkenning 2 bekeken wat de gevolgen van diverse ontwikkelingen in de maatschappij kunnen zijn voor natuur en landschap. Deze vier scenario's schetsen de ontwikkeling van de maatschappij vanuit twee verschillende tegenstrijdige trends: 'globalisering versus regionalisering' en 'individualisering versus samenwerking'. Dit rapport beschrijft de uitwerking van deze vier scenario's met de LeefOmgevingsVerkenner en de RuimteScanner in vier kaarten van het landgebruik in 2030. Deze kaarten vormen de basis voor de verdere emissie-, verspreiding- en effectberekeningen. |
MNP-RIVM, 2002
 |
| De LeefOmgevingsVerkenner. Technische Documentatie. |
| Dit rapport vormt de technische documentatie van de LeefOmgevingsVerkenner, versie 2.0. De LeefOmgevingsVerkenner wordt ontwikkeld in opdracht van de directie van het RIVM. Het beoogt een modelsysteem te zijn om snel, interactief de effecten van (alternatieve) beleidsopties en autonome ontwikkeling op de kwaliteit van de leefomgeving te verkennen. Hiertoe schetst de LeefOmgevingsVerkenner eerst de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland: wie doet wat waar? Waarna de mogelijke positieve of negatieve effecten van deze activiteiten op de leefomgeving bepaald kunnen worden. Er wordt een beschrijving gegeven van de belangrijkste uitgangspunten en overwegingen die in de opzet van het systeem zijn meegenomen, de werking van het macromodel, het micromodel, de huidige set met indicatoren alsook de operationalisatie van het systeem zoals die in het project Kaartbeelden is toegepast.Technische Documentatie RIVM Rapport 408505007 |
MNP-RIVM, 2001
 |
| De LeefOmgevingsVerkenner: kaartbeelden van 2030. Een verkenning van de inzet bij beleidsondersteuning |
| In samenwerking met de Rijksplanologische Dienst is de bruikbaarheid van de LeefOmgevingsVerkenner geevalueerd. De LeefOmgevingsVerkenner wordt bij het RIVM ontwikkeld om een snelle, interactieve, integrale afweging van verschillende beleidsopties te kunnen maken. De LeefOmgevingsVerkenner simuleert de ontwikkeling van het landgebruik in Nederland tot 2030 en het effect hiervan op een set van indicatoren, gegeven demografische en economische ontwikkelingen en de plannen voor de ontwikkeling van Ecologische Hoofdstructuur. In deze studie stond de vraag centraal of het instrument interactief gebruikt zou kunnen worden ter ondersteuning van beleid met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Aan de hand van een toepassing zijn de effecten van 3 ruimtelijke beleidsvarianten geanalyseerd. De ervaringen in deze toepassing laten zien dat het instrument de mogelijkheden biedt om snel een consistent beeld van de ontwikkeling van Nederland te schetsen aan de hand van landgebruikkaarten, indicatoren en geaggregeerde indices. De analyses kunnen snel, binnen enkele dagen, worden uitgevoerd. Op basis van de ervaringen uit deze studie is een lijst met aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling en validatie van de LeefOmgevingsVerkenner opgesteld. |
MNP-RIVM, 2001
 |
| INterACTIE met provinciale ruimte. Rapportage provinciale proefprojecten LeefOmgevingsVerkenner |
| In samenwerking tussen IPO en RIVM is de toepasbaarheid van de LeefOmgevingsVerkenner op provinciaal niveau geevalueerd bij de provincies Utrecht en Noord-Holland. De LeefOmgevingsVerkenner is een nationaal georienteerd, ruimtelijk allocatiemodel en wordt ontwikkeld door het RIVM, in samenwerking met AVV, RIZA en RIKZ. Beide provincies zijn ondersteund bij het gebruik van de LeefOmgevingsVerkenner en hebben beter kennis kunnen maken met het instrument. Hun ervaringen staan centraal in deze rapportage. Na een korte introductie van de LeefOmgevingsVerkenner volgen hun bijdragen die daarna in een breder perspectief worden geplaatst. De projectgroep komt, op basis van de ervaringen met het instrument, tot de conclusie dat "de LeefOmgevingsVerkenner, indien voorzien van de nodige aanvullingen, een goede rol kan spelen bij de afweging van de belangen van de verschillende beleidsvelden die betrokken zijn bij de voorbereiding van, met name, strategische omgevingsplannen. Het kan snel de consequenties van bepaalde beleidskeuzen visualiseren, concretiseert impliciet gemaakte afwegingen en vormt daarmee vanuit communicatief oogpunt een waardevolle aanvulling op de normale planningspraktijk". Vanuit beide provincies is een top 5 samengesteld van de meest gewenste aanpassingen en uitbreidingen van de LeefOmgevingsVerkenner. Met name de ontwikkeling van een scenariomanagementsysteem, om het model makkelijker toegankelijk te maken en overzicht te houden over aannames, consequenties en de aanwezige data, wordt sterk aanbevolen. Daarnaast is een conclusie van de werkgroep dat het huidige samenwerkingsverband tussen RIVM en IPO een formeler kader dient te krijgen waarbij ook andere relevante kennisinstituten worden betrokken. |
MNP-RIVM, 2001
 |
| Iteratief Proportioneel Fitten, Methodiek en toepassing voor de woonruimteverdeling in Geografische Informatiesystemen voor de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening |
| Iteratief proportioneel fitten (IPF), ook wel rassen of ritsen genoemd, is een schattingsmethodiek om in een matrix (kruistabel) de onbekende celfrequenties te schatten op basis van enerzijds bekende randtotalen van de matrix (rijtotaal en kolomtotaal) op basis van een databron A en anderzijds een schatting van de kans op een celfrequentie op basis van databron B onder de voorwaarde dat de rij- en kolomtotalen worden gereproduceerd. De IPF is een veelgebruikte calibratietechniek in statistische modellen, zoals loglineaire modellen van kruistabellen en simulatiemodellen die op basis van deelkennis over relaties tussen minimaal twee variabelen complexere samenhangen schatten zonder dat geweld wordt gedaan aan deze deelkennis. Indien de samenhang tussen de variabelenparen A * B, zoals woningtype en leeftijdsgroepen en B * C, zoals leeftijdsgroepen en inkomens, bekend zijn, dan kan IPF zorgdragen voor A * B * C. De methodiek is toegepast in het kader van de ondersteuning voor de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. De verwachte ruimtelijke spreiding van de uitbreidingsvraag van woningen is op een lager ruimtelijk schaalniveau gealloceerd met behulp van de Ruimtescanner. Het resultaat is een landsdekkende kaart met gridcellen van 500 bij 500 meter waarin per gridcel de uitbreidingsvraag is neergelegd. Aan deze kaarten wordt vervolgens de verwachte bevolkingsontwikkeling naar leeftijds- en huishoudensgroepen gekoppeld. Deze gegevens zijn ook beschikbaar voor alle COROP-gebieden. Echter, het ontbreekt op beide ruimtelijke schaalniveaus aan directe informatie over de samenhang tussen de woningen en de bevolking ofwel de woonruimteverdeling. Deze is evenwel nodig omdat de ruimtelijke spreiding van de bevolkingsgegevens nodig is ten behoeve van berekeningen voor arbeidsmarkt, verkeer- en recreatiemodellen. Dit rapport gaat in op een methodiek Iteratief Proportioneel Fitten, die leidt tot een woonruimteverdeling op beide schaalniveaus. |
MNP-RIVM, 2000
 |
| Ruimtelijke ontwikkelingen woningbouw Nederland 1980 - 1995 |
| Een historisch-kwantitatieve analyse van de ruimtelijke ontwikkelingen in de woningbouw 1980 - 1995 ter ondersteuning van de Omgevings-effectrapportage Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Wagtendonk, A.J. & P. Rietveld (2000), Rapport Vrije Universiteit Amsterdam. |
VU, 2000
 |
| Op weg naar een typologie van landbouwkundig ruimtegebruik in Nederland |
| Dit rapport beschrijft de eerste stap in de ontwikkeling van een model om de attractiviteit van land te bepalen voor landbouwproduktie. Dit model is een onderdeel van het Decision Support System (DSS) Groene Ruimte. De attractiviteit wordt bepaald op basis van de bodemgeschiktheid, economische en milieukundige aspecten en interacties met andere functies in de groene ruimte. Als basis voor de bepaling van de attractiviteit is een typologie ontwikkeld met typen voor huidige en toekomstige, alternatieve vormen van landbouw. Er worden voorbeelden van beschrijvingen van landbouwdoeltypen gegeven voor melkveehouderij en een gemengd systeem van varkenshouderij en akkerbouw. Een eerste voorbeeld van de functies van het model is uitgewerkt voor melkveehouderij in een zandgebied. Op basis van deze studie zijn een aantal aanbevelingen opgesteld voor toekomstig onderzoek en model- en scenario ontwikkeling uitgaande van de modellen CLEAN, DRAM en de Ruimtescanner. |
MNP-RIVM, 1999
 |
| De Ruimtescanner, geïntegreerd ruimtelijk informatiesysteem voor de simulatie van toekomstig ruimtegebruik |
| Scenario's voor toekomstig ruimtegebruik hanteren vaak verschillende uitgangspunten en basisgegevens en belichten meestal slechts een facet van het toekomstig ruimtegebruik. Op initiatief van het RIVM is daarom een projectgroep ingesteld om een ruimtelijk informatiesysteem te ontwikkelen - de Ruimtescanner - dat verschillende geografische rekenbestanden en rekenmodellen integreert. Uitgaande van het huidige ruimtegebruik, de verwachte ruimteclaims en aantrekkelijkheid (of attractiviteit) van gebieden, simuleert de Ruimtescanner ruimtelijke beelden. De fijnmazige kaarten geven per cel van 500 bij 500 meter het verwachte ruimtegebruik weer en maken het effect van verschillende scenario's zichtbaar. In dit rapport beschrijven we de Ruimtescanner 1.0. Dit prototype brengt basisbestanden en prognoseresultaten bij elkaar van modellen die demografische en ruimtelijk-economische ontwikkelingen voorspellen via een allocatie-module. |
MNP-RIVM, 1997
 |
| Simulatie van de ruimtelijke perspectieven 2030 |
| Dit rapport beschrijft een onderzoek om met de Ruimtescanner de vier ruimtelijke perspectieven uit het project Nederland 2030 van de Rijks Planologische Dienst (RPD) in beeld te brengen. Uitgaande van het huidige ruimtegebruik, de verwachte ruimteclaims voor wonen en werken tot 2030 en de aantrekkelijkheid (of attractiviteit) van gebieden voor wonen en werken, zijn met de Ruimtescanner ruimtelijke beelden gesimuleerd. Vier fijnmazige kaarten voor de vier toekomstperspectieven (Stedenland, Nederland Landschapspark, Nederland Stromenland en Neerlands Palet) zijn hiervan het resultaat. Zij geven per cel van 500 m2 het verwachte ruimtegebruik in 2030 weer. Met behulp van deze gesimuleerde ruimtelijke beelden is het effect van de verschillende ruimtelijke planningstrategieen op de mobiliteit bepaald. RIVM Rapport 711901004 |
MNP-RIVM, 1997
 |
|
|
| |
|